| Daarnaast is
er andere interessante informatie aangeleverd
door dhr. C. Oomen, samen met bovenstaande
foto's. In het
voormalig Klein seminarie van de Paters
Camillianen, in de "Kapel aan de Esch"
te Vaals, staat een orgel van J.F.
Kruse. Achter een lelijke pijpenpalisade
van kort na de oorlog is veel bewaard gebleven.
Aan de binnenkant (want het paneel boven de
registertrekkers is binnenstebuiten geplaatst)
boven de klaviatuur, staat de naam van Kruse
met het jaartal 1888 (zie foto).
Het instrument is kort na
de oorlog hier geplaatst. Het zou afkomstig zijn
"uit 's-Hertogenbosch, uit
een protestantse kerk en tijdelijk als noodorgel
hebben gediend in de St. Janskathedraal aldaar".
In 1948 werd in de kathedraal een nieuw koororgel
geleverd door Verschueren.
Maurice Pirenne, de huidige organist en voorheen
jarenlang de cantor van de schola, kan zich nog
wel herinneren dat er na de oorlog een klein
mechanisch noodorgel was, maar meer dan dat wist
hij er niet meer van.
Het oude front
(of wat ervan rest) bevindt zich nog achter de
nieuwe pijpenschutting. Het is duidelijk
herkenbaar in de andere fronten van het
"type" Oostermeer. De loze pijpen uit
de bovenvelden zijn verwijderd. De oude
frontpijpen, Prestant 8' met vergulde labia, van Kruse
zijn nog aanwezig (zie foto). Op de foto zijn ook
de loden conducten nog zichtbaar. Op de andere
foto is te zien dat de kappen van de torens zijn
verwijderd. Het nieuwe front bestaat uit pijpen
uit de Octaaf 8' van het pedaal en uit loze
pijpen.
De kleur van de kas is
waarschijnlijk ooit wit geweest, hoewel de
achterkant nog een geel-bruine kleur van
imitatie-eiken heeft. Het onderste paneel van de
achterwand is verdwenen. De imitatie-houtnerf
rond de klaviatuur is uit de vijftiger jaren. De
orgelbank en de schuine lessenaar zijn herkenbaar
van Kruse. Aan de rechterzijde
(vanuit de kerk gezien) bevindt zich nog een gat
voor de balgtrede. De
magazijnbalg lijkt origineel.
De oorspronkelijke dispositie
moet ook als Oostermeer en Sint-Annaland zijn
geweest: 8 stemmen, 1 klavier en een aangehangen
pedaal, maar is later gewijzigd. Eerst werd de
Quint vervangen door een Voix Céleste 8' (vanaf
c0), die van Standaart
zou kunnen zijn. Later, vermoedelijk kort na de
oorlog, bij de plaatsing in Vaals, de Trompet 8'
door een Mixtuur, die niet bij de rest past. Het
registerplaatje voor een doorlopende Trompet is
er nog in Vaals, dat van de Quint is vervangen.
De registertractuur is origineel. Links naast de
originele registertrekkers zijn er 2 toegevoegd
voor de pedaalregisters op het latere pneumatische
pedaal met een Bourdon 16' en
een Octaafbas 8'. Links naast het manuaal is een
knop aangebracht voor de (mechanische)
pedaalkoppel. De trekker voor het ventiel is
verwijderd.
De klaviatuur
is herkenbaar van Kruse en heeft
mooi gewelfde en zwart geschilderde klavierbakken.
Er is een klavierdeksel aanwezig. Het lijkt of er
aan de klaviatuur is gewerkt. Sommigen denken dat
het orgel ooit 2 manualen heeft gehad, maar dat
is zeer twijfelachtig. Daar zouden sporen van te
vinden moeten zijn.
De dispositie is nu dus:
| Manuaal |
C-f 3 |
|
|
| Prestant |
8' |
Fluit
|
4' |
| Holpijp |
8' |
Voix
Celeste, vanaf c 0 |
8' |
| Viola
|
8' |
Octaaf |
2' |
| Octaaf |
4' |
Mixtuur |
3 st. |
| |
|
|
|
| Pedaal |
C-f 0 |
pneumatisch |
| Subbas |
16' |
Octaafbas |
8' |
Alle
informatie over de geschiedenis van het
instrument is "van horen zeggen"
ter plaatse. In de literatuur is nog niets
gevonden. Het wordt ook niet genoemd in de lijst
van Quadvlieg (Orgels in Limburg, 1982).
De Christ. Geref.
kerk van 's-Hertogenbosch wordt in het
"Repertorium orgels ..." van F. Jespers
(1983) niet genoemd. Ten tijde van Broekhuyzen
(1850-1862) bestond deze kerk evenmin.
|