| |
|
|
 |
| |
De
ontwerptekening van het front van het Kruse-orgel
in de Hervormde
kerk te Sint-Annaland, door de heer J. Soeters op
schaal
overgenomen van het origineel. |
| |
|
|
| |
|
|
| De opvolgers van het
Kruse-orgel. |
| |
|
|
 |
|
 |
Het Dekker-orgel, in het oude
interieur van
de kerk, geplaatst in 1928. |
|
Het Leeflang-orgel, in het nieuwe
interieur, geplaatst in 1973. |
Foto's aangeleverd door C. Guiljam en N. van
Oudenaarde. |
| |
|
|
| |
|
|
| Het vervolg van het
Kruse-orgel. |
| |
|
|
 |
|
 |
De opstelling in de Gereformeerde
kerk te Lunteren. |
|
Na de restauratie,
bij dhr. Berendsen. |
Oorspronkelijke
dispositie
| Prestant |
8' |
Fluit d'amour |
4' |
| Petit Bourdon |
8' |
Quint |
3' |
| Viool di
Gambe vanaf c0 |
8' |
Octaaf |
2' |
| Octaaf |
4' |
Trompet |
8' |
| Manuaal |
C-f3 |
Aangehangen pedaal |
C-g0 |
| Ventiel |
|
|
|
| |
|
Geschiedenis
|
| |
|
| 1900 |
Op 20 juni werd "Het
contract van Levering van een Nieuw
Kerkorgel" getekend. De prijs zou
2700 bedragen. Daarvoor zou een orgel met 8
stemmen worden geleverd. Verder stond in bestek
beschreven: "de toonhoogte is die van het
Ordinaire orkest en de stemming van het geheele
werk naar eene welverdeelde gelijkzwevende
temperatuur. Ene luchtpersing of windzwaarte van
28 à 30 graden (is ca. 74 à 78 mm Wk). Het
pijpwerk van 50% lood en 50% tin, het front van
Fijn Engelsch Tin met een weinig lood". Dat
laatste zal ca. 70/30 zijn geweest. Bron: dhr.
Berendsen
|
| |
|
| 1901 |
Het orgel werd opgeleverd
en het keuringsrapport spreekt van een deugdelijk
stuk werk. Bij de oplevering van het orgel is Jan
Maarten Soeters aangestelde als
organist. Na verloop van tijd heeft zijn zoon, Abraham
Jan Soeters, het organistschap
overgenomen, eerst onder de naam van zijn vader,
later kwam er een een officiële aanstelling.
Wanneer dat precies was, is niet bekend, wel dat
hij het vrij lang is geweest, tot begin 70-er
jaren. Beiden zijn
zeer gekant geweest tegen het vervangen van het
Kruse-orgel door een instrument van Dekker,
omdat zij de kwaliteit en de klankrijkdom van dit
orgel op zijn waarde wisten te beoordelen. Zij
vonden dat het laatstgenoemde daarin een
verarming zou betekenen waarmee veel verloren zou
gaan voor de samenzang in de kerk. Maar het tij
was niet te keren, de fa. Dekker zou naar verluid
aan de kerkvoogdij hebben gerapporteerd dat het Kruse-orgel,
dat tenslotte al 26 jaren oud was, totaal
versleten was en moest worden vervangen. Helaas,
toen het Dekker-orgel er eenmaal stond heeft de
heer Soeters Jr., leerling van Adriaan
Kousemaker in Goes, ondervonden dat zijn
vrees terecht was geweest.
Tot nu toe is er nog geen
foto van het orgel boven water gekomen. Daarmee
kon de heer Abraham Soeters dus wel eens gelijk
krijgen toen hij vertelde dat er geen foto's van
dit orgel bestonden. Op zijn verzoek heeft daarom
zijn zoon Jan, tekenaar/ontwerper, in 1978 de
originele (hele oude en uit elkaar gevallen)
blauwdruk van de fa. Kruse op
calqueerpapier zuiver op schaal vergroot,
opgemeten en opnieuw getekend. Zie bovenaan deze
pagina. Onder de tekening staat de
oorspronkelijke dispositie zoals hierboven
vermeld en verder de tekst:
| ORGEL IN DE NED. HERV. KERK TE
ST - ANNALAND |
| |
| BOUWER: FA. JOHAN KRUSE TE
LEEUWARDEN A.D. 1901 |
| AFGEBROKEN: A.D. 1927 |
| |
Bron: dhr. J. Soeters
|
|
| 1928 |
Fa. A.S.J. Dekker
in Goes kreeg op 2 october 1928 de opdracht een
nieuw orgel te leveren in Sint-Annaland en nam
het Kruse orgel (8 registers, "Fabr. Kruse
Leeuwarden Ao 1901") voor 1.000 over.
De Geref. Kerk te Lunteren
bestelde op 13 oktober 1928 bij Dekker het orgel
afkomstig uit de Hervormde Kerk te Sint-Annaland.
De kosten voor Lunteren waren 1.295
(vracht en logies voor rekening van de kerk).
Dekker plaatste het orgel in de Gereformeerde
kerk in Lunteren, waarbij de werkelijke
aankoopkosten bedroegen 1.400 plus
overname van het oude orgel. Literatuur: Orgelgalerij, De Mixtuur
51, oktober 1985, p.8. Een afbeelding is te
vinden in: Hans Kriek, Verdwenen orgels in
Gelderland (II), De Mixtuur 27, februari 1979, p.
678.
Bron: Het
Orgel 1993, p. 117, Victor Timmer/Ton van Eck
|
| |
Onder de middentoren was
het jaartal "1901" aangebracht. De
linker foto, de opstelling in Lunteren,
aangeleverd door onderstaande heer Roeleveld, is
genomen in 1928 en als ansichtkaart uitgegeven
door de heer Riezebos, fotograaf. De speeltafel
was vanuit de kerk gezien aan de linkerkant, de
orgelpomper stond aan de andere kant. |
| 1936 |
Rond 1936 is het interieur
van de kerk grondig gemoderniseerd. Het orgel is
daarvoor gedemonteerd, opgeslagen en ongewijzigd
weer herplaatst. Het werk werd uitgevoerd door Flentrop
Orgelbouw. Dhr. Roeleveld heeft in de
periode 1942 - 1947 het orgel regelmatig bediend:
eerst als pomper en vervolgens als bespeler. Hij
typeert het als volgt: goed van klank, de trompet
was moeilijk op stemming te houden, de
registerknoppen gevoelig voor kou en vocht en een
luidruchtige tractuur. Hoewel het een eenvoudig
instrument was, had het uiterlijk toch een beetje
de allure van een groot klassiek stadsorgel en de
gereformeerden in Lunteren waren er maar wat
trots op! |
| ca.1948 |
De "orgelpomper"
werd overbodig: er kwam een electromotor met
ventilator. Bron: dhr. G.J. Roeleveld
|
| |
|
| 1952/53 |
Het instrument werd
hersteld, waarbij de Trompet werd vervangen door
een Mixtuur II - III - IV sterk. |
| 1958 |
Toen de kerk werd
afgebroken demonteerde de Fa. Koppejan
te Ederveen het orgel en sloeg het op. |
| 1959 |
Het orgel werd in een open
opstelling geplaatst in de Gereformeerde kerk van
Nijkerkerveen. De kas en originele balg waren
verdwenen. Er werd een Subbas 16' toegevoegd en
het pedaal werd vervangen door een
electro-pneumatisch van 27 toetsen. |
| 1985 |
Een particulier kocht het
orgel. |
| 1986 |
Het werd doorverkocht aan
andere particulieren, de heren Berendsen uit
Zelhem en Bolder uit Didam, die het
reconstrueerden, een nieuwe kas bouwden en een
opliggende Tremulant toevoegden. Na voltooiing
van het werk, dat ongeveer een jaar in beslag
nam, is geprobeerd het orgel weer een passende
rol te geven. Zie voor meer details het artikel
in De Orgelvriend, medio 1987. |
| |
Bron: dhr. Berendsen
|
| 1988 |
Uiteindelijk is het in september
1988 verkocht aan de heer Kabout die in Baierbach
(Beieren, Duitsland) een klein orgelmakersbedrijf
heeft. Na het opbouwen in zijn werkplaats heeft
hij de ventilator vervangen door een nieuwe en de
speeltafel door een met 2 klavieren. Zijn
bedoeling was er een kleine windlade aan toe te
voegen. Tot hij een koper vond, die een andere
bestemming had voor het 2e klavier.
|
| 1995 |
Op 23
februari 1995 verkocht de heer Kabout het orgel
aan de Katholische Kirchen Gemeinde in Brühl
(bij Keulen). Daar werd het door een jonge
werknemer van Klais, lid van het koor ter
plaatse, opgesteld op een verhoogd podium op de
begane grond. Het is een grote kerk en het orgel
doet dan ook dienst als koororgel. De eerder
gemelde andere bestemming voor het 2e klavier
houdt in dat met het 2e klavier door middel van
een elektrische tractuur het hoofdorgel kan
worden bespeeld.
|
| |
Bron: dhr. P. Kabout
|
| |
|
| |
Meer informatie,
vooral over de tijd in Sint-Annaland, is van
harte welkom. |
|